Afdrukken

NRoerichNYNicholas Konstantinovitsch Roerich werd op negen oktober 1874 in Sint-Petersburg geboren. De familie Roerich woonde in de winter in Sint-Petersburg en in de zomer verbleven zij in hun buitenhuis Isvara, dat op ongeveer 90 kilometer ten zuidwesten van Sint-Petersburg lag. In de huiskamer van Isvara hing een schilderij van het Himalaya gebergte. Dit schilderij maakte diepe indruk op Nicholas en zou een blijvende liefde voor berglandschappen bij hem ontwikkelen.

In de periode dat hij op het gymnasium zat, kreeg hij interesse voor archeologie en ook hiervoor ontwikkelde hij een blijvende liefde. Hij kreeg in deze jaren zijn eerste schilderlessen. Toen Nicholas zijn diploma had gehaald van het gymnasium, wilde hij graag naar de kunstacademie gaan. Zijn ouders konden zijn enthousiasme om schilder te worden echter niet delen en wilden dat hij rechten ging studeren. Om zowel aan de wens van zijn ouders als aan zijn eigen wens te voldoen, besloot hij om zowel rechten te gaan studeren als om naar de kunstacademie te gaan. Beide studies heeft hij succesvol afgesloten. Na de kunstacademie ging Nicholas in 1900 naar Parijs om daar een jaar schilderlessen te volgen bij Fernand Cormon die ook les had gegeven aan Van Gogh en Toulouse Loutrec.

Toen hij in 1901 weer in Sint Petersburg terugkeerde, trouwde hij met Helena Shaposhnikova. Zij zouden hun hele leven een heel hechte band hebben en in hun nauwe samenwerking elkaar veel inspiratie geven. Helena introduceerde de Agni Yoga filosofie maar koos er voor om buiten de publieke belangstelling te blijven. Zij kregen twee kinderen, George (1902) en Svetoslav (1904). Toen er in 1902 een tentoonstelling werd gehouden waar ook schilderijen van Nicholas Roerich hingen, kocht Tsaar Nicholas de Tweede zijn schilderij "Gasten van Overzeese Gebieden". Vanaf 1907 begon Nicholas Roerich decors en kostuums voor opera's en balletten te ontwerpen, zoals bijvoorbeeld voor "Het Sneeuwmeisje" van Rimsky Korsakov, "Prins Igor" van Borodin, "Tristan en Isolde" van Wagner, "Zuster Beatrijs" van Maurice Maeterlinck, "Le sacre du Printemps" van Stravinsky. (Dit laatste ballet is in 1989 opnieuw opgevoerd met de kostuums en decors zoals deze door Nicholas Roerich ontworpen waren). Ook heeft hij een paar grafstenen ontworpen, zoals de grafsteen voor Rimsky Korsakov in 1908.

In 1915 kreeg Nicholas Roerich ernstige longontsteking. Op advies van zijn dokter verhuisde hij daarom met zijn gezin van Sint Petersburg naar het gezondere klimaat van het stadje Sortavala in Finland dat aan het Ladogameer ligt. Tijdens de Eerste Wereldoorlog organiseerde Nicholas Roerich een tentoonstelling en veiling om met de opbrengst daarvan oorlogsslachtoffers te helpen. Een andere activiteit van hem tijdens deze oorlog was zijn strijd voor de bescherming en het behoud van culturele monumenten en gebouwen. Hij spande zich er toen al enige jaren voor in om het belang van culturele monumenten en gebouwen onder de aandacht te brengen, vanuit de gedachte dat door middel van kennis, schoonheid en cultuur de mensheid het pad van universele broederschap zal betreden. In 1918 werd de grens tussen Finland en Rusland gesloten waardoor de familie Roerich niet meer naar hun geboorteland kon terugkeren. Deze gebeurtenis gaf het begin aan van een periode waarin zij vele reizen zouden maken.

Nicholas en Helena kregen steeds meer interesse in Oosterse cultuur, filosofie en religie. In veel van zijn schilderijen heeft hij personen en symbolen uit verschillende levensvisies afgebeeld. Zijn geschreven werk uit deze periode bevat verwijzingen naar en aanhalingen uit het werk van Ramakrishna, Tagore, Vivekananda en de Bhagavad Gita. De filosofie van Nicholas Roerich zelf was een combinatie van de Oosterse filosofie (met veel Boeddhistische kenmerken) en de Westerse relativiteitstheorie. Hij was ook erg geïnteresseerd in Agni Yoga, de yoga van het vuur, die door zijn vrouw geïntroduceerd werd. Bij deze yoga wordt de eenheid van lichaam en geest niet verkregen door fysieke oefeningen, maar door de innerlijke vuren ofwel door diepgevoelde liefde te ontwikkelen en deze liefde in het dagelijks leven tot uitdrukking te brengen. In zijn dichtbundel "Bloemen van Morya" (later in het Engels vertaald als "Flame in Chalice") die hij tussen 1916 en 1919 schreef, geeft hij op een krachtige manier zijn visie weer over het pad van spirituele verlichting.

Na Finland verbleven zij nog in andere Scandinavische landen en Groot- Brittannie. In 1921 vertrokken zij naar Amerika en datzelfde jaar nam Nicholas het initiatief om twee culturele instituten op te richten waar verschillende vormen van kunst in verenigd werden: "Cor Ardens" (Vlammend Hart), een broederschap van kunstenaars uit vele landen en "The Master Institute of United Arts" dat zich bezig hield met onderwijs, wetenschap en filosofie. Op dit laatste instituut liet Nicholas Roerich ook muziek en beeldhouwlessen geven aan blinde mensen. In 1923 vertrok de familie Roerich naar India. Nicholas ging een jaar later terug naar Amerika om aanwezig te zijn bij de opening van het Roerich Museum in New York. Na deze plechtigheid voegde hij zich weer bij zijn gezin in Azië. Zij reisden met paarden, kamelen en yaks en moesten bittere kou en grote ontberingen doorstaan. In deze periode schreef hij enkele biografische werken zoals "Altai Himalaya" en "Heart of Asia". In 1928 keerden de familie Roerich weer terug in Darjeeling na zo'n 44.000 kilometers afgelegd te hebben en zo'n 35 van de hoogste bergpassen te hebben overgestoken.

Om na hun terugkeer verder te kunnen gaan met het onderzoeken en bestuderen van hun botanische, taalkundige, archeologische en geschiedkundige vondsten en waarnemingen van hun expeditie, richtten zij in Darjeeling een wetenschappelijk instituut op dat zij "Urusvati" noemden (licht van de morgenster). Eén van de fundamentele principes van het instituut Urusvati was: "continue mobiliteit in het werk". Nicholas vond het noodzakelijk dat de medewerkers vaak op expeditie gingen om hun kennis te vergroten en de grenzen van hun specialismen te verleggen. Hij was fel tegen nauwe vakgebieden omdat dat regelrecht inging tegen zijn grootste wens: het verbinden van alle takken van wetenschap en creativiteit om ware cultuur en internationale vrede te bevorderen. Omdat de familie Roerich niet in het drukke Darjeeling wilde wonen, verhuisden zij naar de Kulu Vallei dat aan de voet van het Himalaya gebergte ligt.

In 1929 werd Nicholas Roerich genomineerd voor de Nobelprijs voor de Vrede vanwege zijn inspanningen om vrede te bereiken door de culturele niveaus van landen omhoog te brengen, de constante bevordering van broederschap en het scheppen van schoonheid en cultuur in alle gebieden van het leven. Datzelfde jaar ging Nicholas naar Amerika om aanwezig te zijn bij het leggen van de eerste steen voor het nieuwe Nicholas Roerich Museum in New York. Hij werd toen uitgenodigd door President Hoover om op het Witte Huis zijn bevindingen te komen vertellen van zijn expeditie. Tijdens deze gelegenheid schonk Nicholas Roerich zijn schilderij "Himalaya" aan de president. Voor zover bekend is, hangt dit schilderij nu nog steeds in het Witte Huis.

Het verlangen van de mens om datgene wat hij tot stand gebracht heeft te willen behouden, werd het doel van het internationale verdrag dat Nicholas in 1929 ontworpen heeft: het Roerich Pact en de Banner of Peace. Dit Pact bepaalde dat alle gebouwen en monumenten van culturele waarde beschermd moesten worden zowel in tijden van oorlog als in tijden van vrede. Op deze gebouwen moest dan de Banner of Peace of vredesbanier worden geplaatst. Dit Pact werd ook wel het Rode Kruis van de cultuur genoemd. Als zetel voor het internationale congres voor het Roerich Pact werd de stad Brugge gekozen. Het Pact kreeg steun van verschillende prominente figuren zoals George Bernard Shaw, Albert Einstein, H.G. Wells en Rabindranath Tagore.

Het symbool van de Banner of Peace bestaat uit drie bolletjes omgeven door een cirkel. Van de vele nationale- en internationale betekenissen die er aan dit eeuwenoude symbool worden gegeven, zijn de meest gebruikelijke: religie, kunst en wetenschap als aspecten van de cultuur die alles als een cirkel omgeeft; en de betekenis: de prestaties van de mensheid in verleden, heden en toekomst die bewaakt worden door de cirkel van de eeuwigheid. Het Roerich Pact werd in 1935 op het Witte Huis in aanwezigheid van President Roosevelt ondertekend door de regeringsvertegenwoordigers van de Verenigde Staten en de landen van Latijns Amerika. In zijn boeken "Fiery Stronghold" en "Realm of Light" heeft Nicholas Roerich in verschillende hoofdstukken het belang uiteengezet van het behoud van culturele prestaties en verworvenheden.

In 1934 ging Nicholas Roerich voor de laatste keer terug naar de V.S. om daar akkoord te gaan met een voorstel van het ministerie van landbouw om een expeditie te leiden door China en Mongolië. Het doel van deze expeditie was om daar op zoek te gaan naar grassoorten die in droge gebieden groeiden omdat deze grassoorten dan waarschijnlijk ook zouden groeien in droge Amerikaanse gebieden.Tijdens dit bezoek aan minister van landbouw Henry Wallace, merkte Nicholas Roerich terloops op dat het symbool van de Grote Pyramide heel geschikt zou zijn om op het bankbiljet van de dollar te gebruiken. Henry Wallace bracht dit idee over aan de minister van financiën en sindsdien staat de Grote Pyramide afgebeeld op de dollar. Nicholas vond ruim driehonderd grassoorten en planten die in droge gebieden groeiden langs de rand van de woestijn in Mongolië. De zaden hiervan stuurde hij op naar Amerika zodat deze uitgestrooid konden worden in de Amerikaanse droge gebieden.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de communicatie vanuit India met de rest van de wereld erg moeilijk waardoor het werk op Urusvati stil kwam te liggen. De verwoesting van zijn geboorteland vervulde hem met afschuw en hij riep zijn vrienden in de V.S. op om zijn Russische landgenoten te helpen. Dit leidde in 1942 tot de oprichting van de American-Russian Cultural Association (ARCA) die de steun kreeg van enkele vooraanstaande mensen zoals Ernest Hemingway en Charlie Chaplin. Hij schonk de opbrengst van de verkoop van boeken en schilderijen aan het Russische Rode Kruis en wijdde vele pagina's van zijn boek "Diary Leaves" aan de moed en heldhaftigheid van het Russische volk. In 1942 brachten Jawaharlal Nehru en zijn dochter Indira een bezoek aan de familie Roerich in de Kulu Vallei. Tijdens de week die zij daar doorbrachten, spraken zij o.a. over de oprichting van een Indiaas-Russisch samenwerkingsverband wat het vriendschappelijk karakter van deze ontmoeting weergeeft.

In juli 1947 moest Nicholas Roerich een hartoperatie ondergaan. Omstreeks oktober van dat jaar was hij weer op de been en begon weer iedere dag te schilderen hoewel dat tegen het advies van zijn dokter in was. Hij werkte aan een variatie van zijn schilderij "De Opdracht van de Meester" waarin een witte adelaar naar een discipel vliegt die in lotushouding zit te mediteren toen hij een hartstilstand kreeg en ook een "opdracht van de Meester" ontving. Hij stierf op 13 december 1947.

De erfenis die Nicholas Roerich nagelaten heeft, bestaat uit zo'n 7000 schilderijen, tekeningen en ontwerpen voor decors en kostuums, bijna dertig boeken, talrijke artikelen en teksten van lezingen en enkele musea: het Nicholas Roerich Museum in New York en in de Kulu Vallei in India. Het Museum voor Orientaalse Kunst in Moskou heeft een vleugel gewijd aan het werk van deze schilder. Zijn boeken bevatten veelal een combinatie van filosofische overpeinzingen, reisverslagen en de optekening van legendes van de streken waar hij en Helena doorheen gereisd hebben. Hoewel Nicholas Roerich zijn schilderijen over het algemeen snel klaar had, heeft hij ook schilderijen gemaakt waar hij een aantal jaren aan werkte. Hij gebruikte olieverf, tempera, aquarelverf, pastel en combinaties hiervan, maar zijn voorkeur ging uit naar het werken met tempera op canvas. Kenmerkend voor de tekeningen en schilderijen van hem is dat hij niet probeerde om details met fotografische precisie weer te geven maar dat hij het karakter, de persoonlijkheid van het onderwerp wilde vastleggen. De schilderkunst van Nicholas Roerich kan worden beschouwd als een universele taal zonder woorden maar met symbolen die een diepe, innerlijke betekenis hebben.